Posts tonen met het label lief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lief. Alle posts tonen

donderdag 23 september 2010

Kinderspel

Sommige dingen zouden niet mogen veranderen, zouden kinderlijk simpel moeten blijven. L-o-v-e-kwesties bijvoorbeeld.

Gisteren zat ik rond het middaguur op de trappen van de Leuvense bibliotheek met voor mij een kermisgejoel van je welste. Kinderen draaiden zichzelf dol op de molens en spookten in de daarvoor bestemde attracties. Misschien lag het aan mij, maar ze leken mij opvallend jonger dan toen ikzelf zo'n dingen nog bezocht.

Plots kreeg ik een jongen en een meisje bovenaan het spookhuis in het oog. Ik schatte ze niet ouder 10 jaar. Ze riepen iemand beneden en stonden hand in hand. Het meisje was kop en schouder groter dan de jongen. Richting beneden wees ze op hen beiden en deed vervolgens zo:



I couldn't help but wonder: waar en wanneer werd het allemaal zoveel ingewikkelder dan een handgebaar?

dinsdag 16 februari 2010

Levenskunstenaars: Leo & Tineke Vroman - Sanders



Venezia

't Is avond. Witte gevels staan
als schimmen in de lege zon
te trillen, fraise nevels gaan
als gazen langs de horizon.

Het grauwe water fluistert met de huizen.
Het zwarte water klotst onder de trappen.
Het purper water kabbelt aan de muur.
Het blauwe water krinkelt in de stegen -

Maar Roze vloeit het uit over de Rio,
onder de paarse hemel, in de lage zon.
Roze rust het water in de Rio,

Violette wolken drijven

in de Rio

Grande in de zon.

Leo Vroman
uit: Gedichten 1946-1984,
Querido, Amsterdam 1985



Leo en Tineke Vroman. Ik vind hen fantastisch. Ze zíjn ook fantastisch, elk apart, maar nog meer samen. Ze leven mooi en oud in de VS en werden geboren in Nederland in respectievelijk 1915 en 1921. Ik leerde ze kennen via een aflevering van 'Levenskunstenaars' op Nederland2. Hierzo kan je het herbekijken. Zeker doen.

donderdag 21 mei 2009

Sarah @ Thomas

Nog nét niet vergeten was ik het: Onderstaand berichtje stond hier namelijk nog altijd niet, terwijl het reeds op 21 december van vorig jaar virtueel leven werd ingeblazen. En eigenlijk niet door mij, maar wel door iemand anders aan wie het in zekere zin niet echt geschreven was, maar die de boodschap wel ging verstaan. Internet is magie en spanning, waarmee ik graag speel...*grijns*

Onderstaande brief is een antwoord op deze geschreven door voorgaande Iemand Anders, ofte een andere Gentse ErasMus. Toen ik zijn brief las op een of andere Genovese nacht vol snél en illegaal internet waar dan duchtig van geprocrastiprofiteerd werd, was het alsof ik alles las en neergeschreven zag waarmee ik al enige tijd rondliep maar niet in woorden uitgedrukt dacht te kunnen zien.
Imaginaire blikseminslag: check! Meer dan drie keer na elkaar moet ik gelezen hebben wat ik zag staan. Zo waar, zo ongeloof-lijk juist stond er wat ik voelde en dacht. Ik kon er niet over zwijgen en vertelde andere ErasMussen erover. Genre: "Allé joh, niet te doen! dieje gast kijkt 'lijk in mijn hoofd ofzo!?!" mét bijhorend enthousiasme waardoor ook zij op hun beurt wel wilden lezen waarover ik sprak. Dat Nederlands niet altijd hun moedertaal was, vormde geen bezwaar. Vertalingen vloeiden naar voren, al moet ik toegeven dat sommige zaken eerder slecht te vertalen bleken. Moedertalen ftw.
Opvallend genoeg was niet iedereen het eens met mij of de schrijver. Het merendeel wel.

Beter het erasmusgevoel uitleggen dan in de brief gebeurd was, kon en wou ik niet. Een kreet van herkenning slaken was wat ik voor mogelijk achtte.
Hieronder het resultaat.

In de Genovese Haven.

Het was een groene fles die ongeduldig tegen de kade aantikkend op het klotsende water dreef. Alsof ze alleen door mij opgevist wou worden, alsof ze wist dat ik van kindsbeen af droomde van het vinden van zo’n schat: a message in a bottle, en wat voor een:

Liefste Thomas,

Nu jij al lang weer thuis bent en foto’s afdrukken zijn van indrukken die nooit zullen verglijden in de tijd, zocht ik de andere oorden op.

Ja, je hebt me wel gewaarschuwd, meermaals zelfs zo ik me herinner, maar de lokroep was te verleidelijk. Thuisblijven, ‘gewoon’ verder doen bleek immers veel minder een optie en steeds meer een gouden kooi. Wegvliegen, nieuwe gezichten, nieuwe mensen, nieuwe taal, dat was wat ik wou. En vliegen deed ik, weg van alles wat al even evidentie was en zekerheid. Ook van jou, al ben jij dat laatste voor mij meer dan ooit nog steeds.

Het werd een pijnlijke zaak want een mens is nog steeds geen vogel en zo volgde de val dus onvermijdelijk. Die Hollander waar je over sprak, ik kan hem niet doorgronden. Verwarring zaaiend, brengt hij zaken aan het licht; uiteen drijvend, brengt hij tesamen; vensters openend, sluit hij deuren. Wat is zijn doel, zijn plan, vraagt men zich af. Antwoord maar niet, je weet best wat ik bedoel. En ik ben hem even dankbaar als jij. Voor wat hij mij leerde, al ruikt leren te veel naar schoolbanken waarmee het weinig te maken heeft.

Veel nieuwigheden hebben ondertussen hun eerste glans en geur verloren. Vreemd hoe snel zoiets kan of beter moét gaan: stratenplannen vormen geen doolhoven meer, mensen worden verstaanbaar, gewoontes aanvaard en aangenomen. Socialiseren, flexibiliteit en aanpassing zijn hier mooie termen voor broodnodige overlevingsstrategieën, als Eras-mus.

Ik moet bekennen dat ik de terugkeer van ons, trekvogels, enigszins vrees. Begrijp me niet verkeerd, liefste schat, ik verlang ernaar bij jou te zijn. Maar het gevoel van vrijheid en warmte, in al z’n betekenissen, had ik nooit eerder in ons koude belgenland. En missen ga ik het, en waarschijnlijk lang.

Heel deze vlucht heeft iets parabolisch: je stijgt op in volle verwachting, zweeft even luchtledig door de ruimte en staat voor je ’t weet weer op de grond, met beide voeten en een Ervaring meer.
Dat de grond daarna nooit meer hetzelfde voelt, hoef ik jou niet te vertellen. Even proeven van de wolken en van daaruit kijken naar Europa en de wereld, maakt van mieren terug mieren en doet belachelijke grenzen en hokjes smelten voor de zon.

Ik ben op mijn weg terug nu naar de aarde, na de piek, na de orgasmus. Vol ongeduld om jou te zien en beter dan ooit te beseffen dat ik weer en meer wil vliegen, maar dan hand-in-hand met jou.

Voor nu een knuffel die nazindert tot ik terug ben, 9 februari, in Gent.
Love,
Je Sarah

zaterdag 2 mei 2009

Lievelingsdier



Vier. Vier koppels stonden op het perron. Kussend en bang afwachtend wanneer een ijzer gevaarte groter dan zijzelf een geliefde meenam. En de ander achterliet. Voor even of voor lang - soms kan je dat als buitenstaander uit de lichaamstaal opmaken. Bij één paar ging het lang duren vooraleer ze elkaar terug gingen zien. De jongeman stapte de trein op. Zij bleef achter op het perron, wachtend tot de trein haar lief uit het zicht voerde. Ze zwaaide nog.

Ik kan dat niet. Dat zwaaien natuurlijk wel. Maar dat blijven staan op het perron. Dat achter-blijven, terwijl trein en lief wegrijden. Ik ben er niet goed in en vermijd zo mogelijk dan ook de situatie. Noem het gerust verlatingsangst, want dat is het ook. Mijn lief of gelijk wie ik graag zie onverbiddelijk zien wegrijden of vliegen in een stalen iets dat ik niet kan stoppen, bezorgt me meestal een kilte rond mijn hart.

Zuinig zijn met Lievelingsdieren, het zal daar wel iets mee te maken hebben. In de Boze Wereld groeien ze nl. zelden aan bomen, schieten ze niet als paddenstoelen uit de grond en vonden befaamde ‘it’s raining men’-momenten duidelijk vóór onze tijdsrekening plaats. [dat filmpje is het bekijken waard trouwens]
Nuja, museumstukken maken van mensen is nog nooit mijn bedoeling geweest. En ook al ben ik er niet helemaal uit over hoe ik me dat in de praktijk moet voorstellen, ware zuinigheid lijkt me vooral onpraktisch en dus onleefbaar.

In zélf afscheid nemen, zelf op treinen en vliegtuigen stappen ben ik dan weer wel sterk. And yes, that makes sense. Zelf afscheid nemen is in tegenstelling tot de passieve vorm ervan [hoe klinkt dat dan - ‘afgescheten worden’?? haha ;-)] veel 'gemakkelijker'. Jij hebt zelf nl. de macht en de keuze om te gaan of te blijven, om die trein of dat vliegtuig te nemen. Of net te laat te komen.

Controlefreak aanwezig? Jaha! Hierzo!

zondag 5 april 2009

Verzamel-de-liefde

Rosie en Melanie willen een databank. Bart Moeyaert deed het in een boek. En de Prins deed het voor Doornroosje.

Zij pakken het minstens even groots aan en maken er een website én boeken rond. Liefde en hoe ongrijpbaarheid weer te geven is wat hen allen bindt.
Ik citeer:

1001 Liefdes
Creatief Schrijven gaat op zoek naar 1001 liefdesbrieven van 1001 verschillende schrijvers. Post je brief op de website www.1001liefdes.be De beste brieven worden ook gepubliceerd in boekvorm.


Dit is uiteraard geen bevel. Slechts een zeer vriendelijke aansporing. :-)
Briefschrijven lijken velen onder ons nl. spijtiggenoeg verleerd. Velen, behalve Oskar natuurlijk.