zaterdag 28 maart 2009

woensdag 25 maart 2009

Drukte om een dooie mus en Andere Reddingsacties

Wat gebeurde op vrijdag 13 maart jongstleden, Antwerpen




Op vrijdag 13 maart
Ligt
Waar de otto veniusstraat op de meir uitkomt
Vanaf zonsopgang
Met zijn poten omhoog
een grote mus

vette mussen kondigen een overvloedige oogst aan
zegt men
daarom misschien houden naast de vogel
twee politieagenten de wacht

in de jezusstraat
ligt vogeldrek
tegen het beeld van antoon van dijck
en voor de lingeriewinkel van de h&m
alvorens neer te zijgen tegen de inno
heeft de huismus
zo lijkt het wel
rijkelijk in het rond gescheten

liefde gaat door de maag
en ook zegt men
in zijn broek doen van de schrik

In de verenigde staten van amerika
Zo schijnt het
Zijn er elke vrijdag de dertiende
Aanzienlijk minder beurstransacties
Maar dat lijkt in huidige tijden
Eerder een zegening dan iets om voor te vrezen

In het liedje kemmekik geenen bang
Zingt een vriend
Kemmekik eerder bang van degeen die a bangmaken

Op straat blijven mensen staan
Onderweg van het werk naar de winkel
Of omgekeerd
Ze vragen aan elkaar
Wat er is gebeurd

Of wie het gedaan heeft
En waarom

Een kunstenaar zei
Just as you have come to me
to see what i ve made
Maybe we can sit and talk

aan de muur in een huis
Herinner ik mij
Sometimes i sits and thinks
And sometimes i just sits

Ik lees
Ons perspectief is wereldwijd geworden
We zijn ervan doordrongen geraakt dat alles met alles te maken heeft
Ieder incident dat zich op de hoek van de straat afspeelt
brengen we automatisch in verband met mondiale fenomenen
Wat klein en toevallig lijkt
Blijkt deel uit te maken van een groot en meestal dreigend geheel

Zolang
Het maar niet
Denk ik
Veel drukte is
Om een dode mus

(bron: facebook)


Meer info en verstommende (re)acties op Kalender09 een initiatief van Benjamin Verdonck. Ridder der Verwondering in de wereld. Held!
Voor participatie, check Kalender09, vrij verkrijgbaar op facebook (where else?;-))

zondag 22 maart 2009

W817

Ondertussen lijkt het bijna vijf eeuwen geleden dat ik aan het einde van mijn "Tout a commencé là"-stukje beloofde om na enige wachttijd een vervolg te schrijven aan wat 'het Begin van het Verhaal' heette. Helaas blijk ook ik slechts een mens met falingen en dalingen, veel te veel ideëen en veel te weinig tijd. Maar u zal zien. Op een mooie lente- of misschien wel zomerdag zal er plots een Vervolg ontspruiten en zal het lange wachten beloond worden. Het leven is aan de volhouders zei mijn overgrootmoeder steevast.
In tussentijd blijf ik jullie voorzien van Al de rest dat ik hierin kwijt wil, of jullie nu willen of niet ;-) Zo ook de wacht-richtlijnen van Joke van Leeuwen voor degenen die niet zouden weten hoe het moet.


Vier manieren om op iemand te wachten

1 Zittend. Denkend aan liggen. Je handen
strijken rimpels in het tafellaken glad
rond een gerecht dat moeilijk en te veel
voor twee en niet als op het plaatje is,
maar ruikt, het ruikt de ramen uit, het
doet zijn best niet in te zakken, zoals
een ingehouden buik niet bol te zijn-
ook andersom is vergelijken.


2 Lopend. Bijvoorbeeld naar de ramen
en terug en toch weer naar de ramen,
omdat geluid zich buigt naar wat je
horen wilt, maar het niet is. Er danst
een stoet voorbij, verklede mensen die
iets onverstaanbaars juichen, van elkaar
goed weten hoe ze heten en te kijken
dansen dat je kijken moet.



3 Staand.Bij een ingang, uitgang waar je zei
dat, maar er zijn er drie, je weet niet meer
of die of deze. Van blijven staan komt
niemand tegen, maar met bewegen
wordt haast bereikt wat net verdween.
Zeker nog niet gezegd wie blijft en wie
beweegt en wie dan wie wanneer
en van hoe ver weer ziet.


4 Niet.

zaterdag 21 maart 2009

vrijdag 20 maart 2009

Donderdagavond half zeven

De glazen voordeur van Wiels valt achter mij dicht. Iets vroeger dan normaal, maar dat mocht ook wel eens. Een lezing van Office Geers-Van Severen wacht op mij. In november zag ik hun werk op de Biënnale van Venetië, ik ben benieuwd naar hun vertelsels.

De zon schijnt fel. Heerlijk, een nieuw Zomergevoel. Zon heb ik nodig. Ik kijk achterom naar het Blomme-gebouw waarop ik vandaag pas echt verliefd werd. Heerlijke Lijnen, heerlijke grote lege ruimtes. Ruimtes. Schachten. Fotogenieke schachten. Traphallen, even fotogeniek. God i love it. Ik ontdekte de Brusselse skyline die je ziet vanop de top, vanop het dakterras. A-dem-benemend. En net wat ik nodig had.
Als reflex had ik een fractie spijt geen fototoestel bij me te hebben. Even maar. Al snel zag ik immers dat wat ik daarboven wilde vastleggen in geen enkele foto past: Vrijheid. Liberté.
Zowaar toevallig ontdekte ik dit gevoel op de plek die mij drie weken geleden een architecturale kooi leek waarin ik mijn 140 stageuren mocht aftellen. Ik had het mis, zo bleek vandaag.

Vol gedachten zit mijn hoofd. Vol gemoed mijn mood. Zonder recht en reden te ongelukkig. Met ketens om de poten toch willen vliegen. Dat gevoel. Bovenop de Blomme viel het weg.
Ik wou er blijven, lang en hoog. Weg van de grond die verdomd hard is en laag, te laag. Maar moest terug naar beneden. Einde van de lunchpauze.

Terug op de grond, op straat kijk ik nog even naar waar ik enkele uren eerder stond. Daar, boven.
Slechts een handvol mensen kruist mijn weg naar het station. Op een haar haal ik mijn trein. Een enig yes-moment dat schamper de rest van de gedachten toelacht.
Ik stap de wagon binnen en hoor mensen praten, luid genoeg om ver verwijderd te gaan zitten. Deze keer toch. De trein rijdt. Ik kijk naar voorbijglijdende kantoortorens waarin nachtverlichtingen beginnen aan te flitsen. Elk om ter mooist eigenlijk.

Brussel Centraal nadert. Met mensen op perrons. Mooie mensen op perrons. Telefonerend, lezend, luisterend en wachtend op hun trein en wat ooit komen zal. Een trein die hen naar huis voert. Naar andere mensen die op hen wachten, groot en klein en vast vervuld van liefde.
Zittend op een trein mag je naar mensen staren. Dat is een excuus. Voor buitenstaanders lijk je immers in de glasramen naar je eigen weerspiegeling te kijken, wat we ook doen natuurlijk. Maar ik nu niet.
Ik zie de wachtende mensen en bedenk dat elk van hen is om van te houden, bestaat om van te houden. Dat ik elk van hen graag zou kunnen zien. Onvoorwaardelijk zelfs. Ze weten het niet en de trein rijdt verder. Nooit zullen ze het weten. Ongelukkigheid overvalt me. Ik rijd door de stad die ik zo-even nog van bovenaf bekeek. Zou iemand van de mensen ooit zoveel van mij kunnen houden als ik van hen? Ik weet het niet en zie mezelf weerspiegeld in de ruit. 'Triestig' zie ik eruit. En volledig ten onrechte. Rond Brussel Noord en in de hele wijde wereld zijn terwijl ik dit bedenk mensen gestorven van ellende, aids, de honger of dat alles tesamen. Dat is ellende.

Het atomium glimt in het laatste avondlicht. De Chinese Lakense toren licht al rood op. Brussel. Groot maar te klein voor mijn wereld.

Ik stuur een smsje naar een vriend. Hoe snel en voor hoeveel geld we in Barcelona kunnen geraken? Alleen al die vlucht-gedachte verlicht wat de versombering. Hij antwoordt niet.
Post-erasmusiale depressie, you say?

Hij Komt



... naar Brussel! :-)

Meer bepaald op zondag 29.03.09 (17u, Bozar) naar het Passa Porta Festival.
Wie met mij is, volge mij!



Ps.: Al googelend merkte ik dat hij eigenlijk niet alleen om zijn literair meesterschap een plaatsje verdient op het lijstje 'Mannen waarvoor ik te laat geboren ben' *grijns*