'Zeker dat gij geen journalistiek wilt gaan bijdoen?, zei ze al lachend tegen mij, een heel erg goeie vriendin. Ze grapte dat na het lezen van mijn vragen die ik aan een kennis van ons beiden had doorgestuurd over de kwestie 'rechten na kunstwetenschappen', waar die kennis ervaring mee heeft. 'Zalig goeie vragen joh!', zo vond de vriendin. En dat het was alsof ze in HUMO 'cherchez la femme' las. Haha.
Mmmm. En dan bedenk ik naar aanleiding van haar uitspraken weer de redenen waarom ik niet ga doen wat zij suggereert. De belangrijkste moet wel de volgende zijn: Ik hou niet van mijn geschrijf in de vorm van 'prestaties' die ik moet leveren: papers, artikels, tegen deadlines! Want zo voelt dat altijd en zo moet dat, als 'journalist'. Aja.
Veel liever dan dat schrijf ik hierzo wat ge-blabla, zonder deadline of enige druk. Hier ben ik zowel het hoofd als de redacteur als de combinatie van beiden en wanneer ook geen enkele andere levende ziel zou lezen wat hier staat, zou ik er niet mee ophouden. Gewoonweg omdat ik het zo graag doe, gewoon, voor mijzelf. (De sporadische zwakke illusie van 'orde-vorming' in mijn chaos die dat geschrijf met zich meebrengt, neem ik erbij met open armen. En dat een deel van mijn geheugen een externe vorm krijgt, werkt verder ook nogal geruststellend.)
Een tijdje geleden dacht ik echter nog anders over wat die vriendin zei. Zag het mijzelf misschien en eventueel enzo nog doen: journalist worden, als ik groot was.
Met die gedachte ergens in het achterhoofd ben ik dan ook vorig jaar zo'n beetje beginnen meewerken aan Schamper, het studentenmagazine van de UGent. Eigenlijk was ik dat al veel langer van plan, maar mijn eerste bachelorjaren zaten zo overvol schoolwerk dat zo'n vrijwillige tijdsbesteding met deadlines er niet meer bij kon. Achteraf gezien was dat in mijn laatste bachelorjaar en ook dit jaar niet veel anders, maar goh ja, 'Tijd' is er om in tweehonderd te delen hé ;)
Wat ik vooral bij Schamper leerde was hoeveel dingen er bij het maken van zo'n magazine komen kijken, hoe belangrijk een goede coördinatie is, hoe belangrijk die deadlines zijn, en vooral hoe een full-time-journalisten-job mij toch niet zo gelukkig zou maken als ik ooit misschien nog gedacht had.
Waarvoor ze mij wel tot wanneer ik doodga mogen bellen, mailen of postduiven is om à la Linda Asselbergs, één van mijn grootste jouralistieke idolen (met groupieschap en al ja) iets column-achtigs te schrijven in Weekend Knack of 'elders'. Jongens, alléén 't ideeeee al! :D Of jaaaaa, zoals Tante Annie in Vacature Magazine! Daar komen dan eigenlijk ook wel deadlines bij kijken, maar da's toch nog heel anders. Maar haha, euhm, let's be realistic, geen simpele haar op mijn hoofd die zich in het schrijverschap goed genoeg waant om nog maar aan de knieën van die Dames te komen. - En ik ga ervan uit dat ze beiden min. 170cm zijn. - Dus Liefste Linda en Tante Annie, leef asjeblief for ever, zodat ik nog even lang van jullie columns mag smullen.
De trein naar Journalistenland ga ik laten rijden. Ik zal zwaaien!
Posts tonen met het label Weekend Knack. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Weekend Knack. Alle posts tonen
donderdag 17 juni 2010
vrijdag 29 mei 2009
On-eindige houdbaarheid Houdbaarheidsdatum: niet te overschrijden
Er zijn van die verzamelingen woorden die meer zijn dan ze zijn. En daarom bewaard moeten worden, gekoesterd, gesust en zachtjes gestreeld.
Juffrouw Modikamen (JP Mulders, WK 22 april 2009)
Er lopen twee mannen over straat en even denk ik dat zij aanhangers zijn van het Nieuwe Geloof. Ze zien er keurig uit, zoals je mannen nog maar zelden over straat ziet lopen. De ene is zwart en jong en levenskrachtig. Ik heb wel zin om met hem een gesprek aan te knopen over God, de enige ware. Stel je voor dat hij mij voorgoed kan verlossen van de twijfel aan wat ik hier doe en wat er komt na de dood.
Te veel verwacht, helaas. De mannen blijken geen verkondigers van een blijde boodschap maar ook slechts simpele duivels, die mij willen bekeren tot een andere gsm-operator. Het gesprek ontspoort in gezwam over dekking en beltijd. De blanke verkoper, een straatversie van Sean Penn, blijft aandringen en met priemende ogen naar mij kijken, alsof hij zich afvraagt of ik misschien onder toediening van elektrische schokken moet worden gedwongen van netwerk te veranderen, in mijn eigen belang. Ik probeer zonder kleerscheuren weg te glippen. Ik zeg hem dat ik er eens over zal nadenken maar dat ik nu weg moet, dringend, omdat ik heb afgesproken met het Niet Zeer Gelukkige Meisje. Hij kijkt me aan alsof ik een vreemd knolgewas ben, waarvan hij wil weten of je de wortel ook mag opeten.
Het Niet Zeer Gelukkige Meisje bestaat niet natuurlijk, dat had u begrepen. Zoals alle meisjes over wie ik wel eens schrijf, is zij verzonnen, en zelfs dat is fantasie. Ze ziet er nochtans tastbaar uit, met haar knieën om voor in aanbidding te liggen en haar glimlach, die je weemoed doet voelen naar dingen die je nog nooit had gemist. Ze heeft alles om gelukkig te zijn maar is het helaas te zelden, en dan nog maar ten dele. Het meisje vraagt zich af wat ze moet doen met haar leven, wat ik een typische kwestie vind voor jonge mensen, vermits je er later vanzelf achterkomt dat het leven voornamelijk dingen doet met jou, niet omgekeerd, hoewel je natuurlijk een beetje kan sturen, zoals de chauffeur van een voertuig met kale banden in de gietende regen. Mocht het leven een auto zijn, niemand zou hem kopen. Te weinig baanvast.
Dat soort dingen wil het meisje niet horen. Zij droomt van de catwalk in New York, van een boek dat zij zal schrijven en dat wereldwijd mensen met verstomming zal slaan. Misschien droomt zij zelfs nog van de Prins op het Witte Paard, een concept dat eenieder boven de dertig de wenkbrauwen doet fronsen. Soms vertelt ze rare verhalen, over duivenmelken bijvoorbeeld. Hoe ze zich dat als kind levendig voorstelde, met kleine tepeltjes en zo.
Het Niet Zeer Gelukkige Meisje is nogal misantroop. Op zaterdag heeft zij zich de gewoonte eigen gemaakt niet meer buiten te komen. "Als je al die gretige koppen in de winkelstraten ziet," zegt ze, "dat volk in de Makro : dan verlies je toch op slag je geloof in de democratie ?"
Zij droomt stiekem van een dictatuur der wijzen, wat ik nog zo dwaas niet vind. Het Meisje heeft diepe en rijke gedachten. Zij voelt meer dan goed voor haar is. Het Meisje is een prinses op een vuilnisbelt, die zich bezighoudt met mooie dingen en fotografie. Ik voel mij platvloers in haar nabijheid, zeker als zij woorden citeert van Sylvia Plath. Zij is elitair en oneigentijds, op een manier die zo charmant is dat je erom zou smeken.
"Weet je hoeveel mensen er in Canada per vierkante kilometer leven ?" vraagt ze mij. "Drie. In België 349." Ze rolt met haar ogen als kogels. "Mon Dieu", zegt ze bijbels. "Ik wil niet in een land wonen waar twee keer 349 vette handjes graaien per vierkante kilometer."
Ik kan haar geen ongelijk geven, en toch is er iets dat mij stoort in haar eeuwige hang naar het betere. Juffrouw Modrikamen, ben ik geneigd haar te noemen, met de klemtoon op men, omdat ik vind dat die naam beter bij haar past dan bij zakenadvocaten. Het meisje is van een soort waarvan er niet veel worden gemaakt, met zorg ineengeschroefd in de Mooiemeisjesfabriek, op een avond dat er niet veel werk was en men er zijn tijd voor kon nemen, puttend uit de bak met speciale onderdelen die voor andere meisjes ongeschikt werden geacht.
dinsdag 30 december 2008
In de mist
Een top-tien maken van dingen die je mist wanneer je een tijdje niet rond je eigen kerktoren holt, is jezelf onnodig geweld aan doen. Wat doe je immers met hetgene je bovenaan plaatst? Neem je dit voor de rest van je leven mee om nooit meer te moeten missen of loslaten? Weinig interessant en nogal materialistisch, niet? Ik heb het over dingen, objecten. Mensen en andere levende wezens zijn immers van een veel hogere mogelijke 'missingsgraad' en passen meestal niet in lijstjes.
Instinctief moet ik nu denken aan een eigenaardig personage dat doorheen de straten van Gent trekt. Zijn echte naam is amper geweten, iedereen hem kent hem om de plastieken zakken waarmee hij vergroeid lijkt.
Misschien moest ik hem maar eens vragen wat hij het meest zou missen van wat hij elke dag uit met zich mee sleept. Misschien zou hij me teleurstellen en iets gewoons antwoorden als "mijn tandenborstel" - al is zijn bezit daarvan de twijfel waardig - of erger "mijn drank". Maar misschien stelt hij me ook niét teleur en haalt hij uit een van zijn onfraaie knapzakken een exemplaar van pakweg De ontdekking van de Hemel van Mulisch boven, verschrompeld, doorregend en hier en daar gescheurd, maar nog leesbaar voor wie wil. Ondertussen mompelend "voor wanneer ik de beste passages wil herlezen hé" terwijl de toon van zijn stem je verraadt dat hij ze toch wel kan citeren...
Dichter bij de realiteit is waarschijnlijk dat de man mij aankijkt als kwam ik van een andere planeet, vervolgens iets onverstaanbaars gromt (over geld, sigaretten of drank) en doorgaat zichzelf en zijn boeltje over de Gentse stoep te slepen. Indefinitely... In dit laatste geval gunt hij mij de eeuwige illusie, waarvoor ik hem ook dankbaar kan zijn.
Iets materieels écht missen is eigenlijk zo gemakkelijk nog niet.
Wanneer de mama, als steeds even bezorgd om haar bambina in Italia, me vóór het familiale bezoek aan Genova al skypend of mailend vroeg naar "mijn lijstje" van dingen die ik miste en zij dus moesten meebrengen, bleef ik hen lang een antwoord schuldig en forceerde ten slotte toch maar iets.
Mijn yoghurt-verslaving mist de granenyoghurtjes met peer ja (te vinden in Colruyt, op mijn aanraden) en mijn zwarte 'botten' staan echt véél beter onder dat kleedje dan de bruine, en oh ja, mijn ànder leren jasje zou eigenlijk beter gaan op mijn jeansbroeken en mijn haar kan wel wat vertrouwde cremespoeling gebruiken en ook de HEMA is de Alpen nog niet over... Beschamend en ontnuchterend tegelijk: Ik lééf namelijk nog steeds, gezond en wel zelfs, zonder al die dingen in mijn nabijheid! (De yoghurtjes konden ze helaas niet meebrengen en alle HEMA-filialen staan nog waar ze staan - maar goed ook.)
Toegegeven, op mijn lijstje belandden uiteindelijk ook wel iets minder 'laag-materiële zaken' zoals bv. "alle weekend-Knack-en van de voorbije weken!". Niet dat ik allergisch ben aan de site van het magazine, integendeel zelfs. Ik had ermee in no time het knagende gebrek aan columns van J.P. Mulders, Linda Asselberghs en Tessa Vermeiren kunnen verhelpen. Maar toch... In over-boeiende nieuwe tijden vol vreemde talen verbaasde ik mijzelf mijn wekelijkse papieren nederlandstalig bakje troost en leesplezier meer dan ooit tevoren te verkiezen boven de digitale versie. Zeker Mulders, aan het einde - die ik stiekem altijd als eerste lees - hóórt gewoonweg op papier.
De eindejaarsspecial van 2008 is er trouwens eentje naar zijn en mijn hart, thema: Passie. De krantenwinkel is vandaag nog open.
Instinctief moet ik nu denken aan een eigenaardig personage dat doorheen de straten van Gent trekt. Zijn echte naam is amper geweten, iedereen hem kent hem om de plastieken zakken waarmee hij vergroeid lijkt.
Misschien moest ik hem maar eens vragen wat hij het meest zou missen van wat hij elke dag uit met zich mee sleept. Misschien zou hij me teleurstellen en iets gewoons antwoorden als "mijn tandenborstel" - al is zijn bezit daarvan de twijfel waardig - of erger "mijn drank". Maar misschien stelt hij me ook niét teleur en haalt hij uit een van zijn onfraaie knapzakken een exemplaar van pakweg De ontdekking van de Hemel van Mulisch boven, verschrompeld, doorregend en hier en daar gescheurd, maar nog leesbaar voor wie wil. Ondertussen mompelend "voor wanneer ik de beste passages wil herlezen hé" terwijl de toon van zijn stem je verraadt dat hij ze toch wel kan citeren...
Dichter bij de realiteit is waarschijnlijk dat de man mij aankijkt als kwam ik van een andere planeet, vervolgens iets onverstaanbaars gromt (over geld, sigaretten of drank) en doorgaat zichzelf en zijn boeltje over de Gentse stoep te slepen. Indefinitely... In dit laatste geval gunt hij mij de eeuwige illusie, waarvoor ik hem ook dankbaar kan zijn.
Iets materieels écht missen is eigenlijk zo gemakkelijk nog niet.
Wanneer de mama, als steeds even bezorgd om haar bambina in Italia, me vóór het familiale bezoek aan Genova al skypend of mailend vroeg naar "mijn lijstje" van dingen die ik miste en zij dus moesten meebrengen, bleef ik hen lang een antwoord schuldig en forceerde ten slotte toch maar iets.
Mijn yoghurt-verslaving mist de granenyoghurtjes met peer ja (te vinden in Colruyt, op mijn aanraden) en mijn zwarte 'botten' staan echt véél beter onder dat kleedje dan de bruine, en oh ja, mijn ànder leren jasje zou eigenlijk beter gaan op mijn jeansbroeken en mijn haar kan wel wat vertrouwde cremespoeling gebruiken en ook de HEMA is de Alpen nog niet over... Beschamend en ontnuchterend tegelijk: Ik lééf namelijk nog steeds, gezond en wel zelfs, zonder al die dingen in mijn nabijheid! (De yoghurtjes konden ze helaas niet meebrengen en alle HEMA-filialen staan nog waar ze staan - maar goed ook.)
Toegegeven, op mijn lijstje belandden uiteindelijk ook wel iets minder 'laag-materiële zaken' zoals bv. "alle weekend-Knack-en van de voorbije weken!". Niet dat ik allergisch ben aan de site van het magazine, integendeel zelfs. Ik had ermee in no time het knagende gebrek aan columns van J.P. Mulders, Linda Asselberghs en Tessa Vermeiren kunnen verhelpen. Maar toch... In over-boeiende nieuwe tijden vol vreemde talen verbaasde ik mijzelf mijn wekelijkse papieren nederlandstalig bakje troost en leesplezier meer dan ooit tevoren te verkiezen boven de digitale versie. Zeker Mulders, aan het einde - die ik stiekem altijd als eerste lees - hóórt gewoonweg op papier.
De eindejaarsspecial van 2008 is er trouwens eentje naar zijn en mijn hart, thema: Passie. De krantenwinkel is vandaag nog open.
Labels:
Erasmus,
gemis,
Genova,
Harry Mülisch,
Mulders,
Weekend Knack
Abonneren op:
Posts (Atom)
